Süskind - vanaf 19 januari in de bioscoop
10-12-2007

Jan Terlouws bestseller OORLOGSWINTER verfilmd door Martin Koolhoven

Begin volgend jaar starten de filmopnamen van Jan Terlouws prachtige, met een Gouden Griffel bekroonde bestseller Oorlogswinter. Een boek waarvan alleen al in Nederland bijna 300.000 exemplaren verkocht zijn en dat ook in veel andere talen is uitgegeven. Een boek waarin de jongen Michiel in de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog betrokken raakt bij het verzet en leert dat goed en kwaad dicht bij elkaar liggen.

De productie is in handen van Els Vandevorst (Het Zuiden) en San Fu Maltha (Zwartboek, Alles is liefde) vanuit Oorlogswinter BV. In samenwerking met het Nederlands Fonds voor de Film, Omroep Max en Inspire Pictures in co-productie met het Belgische Prime Time (Antonino Lombardo).

Martin Koolhoven (Suzy Q, het Zuiden, Het Schnitzelparadijs, Knetter) zal de film regisseren naar een scenario dat hij samen met Mieke de Jong en Paul Jan Nelissen schreef. Director of photography is Guido van Gennep. Het production design wordt verzorgd door Floris Vos. Montage: Job ter Burg. De uitvoerend producenten zijn Marion Welmers en Marlies van Ree.

Het verhaal speelt zich af in januari 1945. Nederland is bedekt door een dik pak sneeuw. Met name in het westen van het land is een groot gebrek aan brandstof en voedsel. De hongerwinter is aangebroken. Bij Michiel speelt de honger nog geen grote rol. In het dorpje aan de IJssel, waar hij woont, is nog voldoende te eten. Hij staat te popelen om mee te doen aan het verzet. Hij vindt zijn vader, die burgemeester is, een slappeling en adoreert zijn oom Ben, die in het verzet zit. Als zijn buurjongen Dirk, die meedoet aan een overval op het munitiedepot, aan Michiel vraagt of hij een brief aan iemand wil bezorgen als het mis gaat, springt hij een gat in de lucht. Hij wordt eindelijk serieus genomen. Maar de overval blijkt verraden, Dirk wordt opgepakt en degene bij wie hij de brief moet bezorgen, is doodgeschoten door de Duitsers.

Zo raakt hij betrokken bij het ondergrondse werk en komt hij voor gevaarlijke opdrachten te staan. Heel alleen. Hij mag niemand in vertrouwen nemen, want misplaatst vertrouwen kan het hele dorp in het ongeluk storten.

Hij moet uitgaan van zijn eigen kracht. Hij leert al snel dat goed en kwaad dicht bij elkaar liggen. Dat oorlog misschien spannend lijkt maar vooral ook gruwelijk is. Met zijn eenzaamheid groeit ook zijn onafhankelijkheid. Als een volwassen man moet hij zijn eigen beslissingen nemen. Die laatste oorlogsmaanden zal hij zijn hele leven met zich meedragen. Hij zal nooit meer dezelfde zijn.

De film is gebaseerd op de klassieker van Jan Terlouw. Als oudste zoon van een dominee krijgt Jan Terlouw (1931, Kamperveen) het vertellen van verhalen met de paplepel ingegoten. Samen met twee broers en twee zussen groeit hij op in de Veluwse dorpen Garderen en Wezep. Hij studeert wis- en natuurkunde en promoveert op een thermonucleair onderwerp. In 1970 debuteert hij als kinderboekenschrijver. Een van zijn mooiste boeken is het boek Oorlogswinter dat in 1972 bij Uitgeverij Lemniscaat uitkomt. In 1973 wordt het boek bekroond met de Gouden Griffel. Inmiddels zijn zevenenvijftig drukken verschenen en zijn alleen al in Nederland, inclusief een editie in het Friesch, bijna 300.000 boeken verkocht. Ook in het buitenland is het boek geliefd. In vertaling is het boek in Amerika, Engeland, Italië, Frankrijk, Spanje, Denemarken, IJsland, Polen, Japan en Zweden uitgegeven.

Oorlogswinter is deels autobiografisch. Jan Terlouw was acht toen de oorlog uitbrak en heeft de vijf jaar onder Duitse bezetting heel bewust meegemaakt. Enkele ervaringen uit die tijd heeft hij verwerkt in het boek. Zijn grootste angst toen was dat zijn ouders gegijzeld zouden worden. Zijn vader is twee keer opgepakt en er werd gezegd dat ze hem dood zouden schieten. Bij de overval op het distributiekantoor in het boek was zijn buurjongen betrokken.

Naast zijn carrière als jeugdboekenschrijver - bij Lemniscaat verschenen tien jeugdboeken van zijn hand - was Jan Terlouw actief in de politiek. Hij was onder meer fractievoorzitter van D’66, Minister van Economische Zaken, Commissaris der Koningin in Gelderland en senator van de Eerste Kamer.