Süskind - vanaf 19 januari in de bioscoop
31-08-2012

Kaalslag’ Nederlandse filmindustrie door ongunstig belastingregime

In de filmindustrie gaan honderden banen verloren doordat er bedrijvigheid wegvloeit naar omringende landen, onder meer België en Duitsland, waar het fiscale klimaat voor filmfinanciers aantrekkelijker is. Dat schrijven de gezamenlijke postproductie- en facilitaire bedrijven aan demissionair minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie Maxime Verhagen. De toeleveranciers vinden dat het nieuwe kabinet dat na de verkiezingen aantreedt filmmakers dezelfde faciliteiten moet bieden als de omringende landen.

‘Nederlandse postproductie- en facilitaire bedrijven dreigen ten onder te gaan’ als Nederland niet dezelfde fiscale mogelijk¬heden gaat bieden als bijvoorbeeld België, schrijft Ben Willems, algemeen directeur van Filmmore, het grootste postproductiebedrijf van Nederland. ‘Door faillissementen staan straks minimaal 250 ervaren postproductiespecialisten op straat’, waarschuwt hij. Op termijn staan nog eens 450 banen op de tocht, aldus Willems in de brief, die mede is ondertekend door tientallen branchegenoten.

‘Kaalslag’ moet gestopt worden
Het grote probleem is, zegt Willems, dat makers van Nederlandse films geld aantrekken van gespecialiseerde, in België of Duitsland gevestigde filmfinanciers, zogeheten tax shelters. Aan deze fiscaal aantrekkelijke vorm van financiering, die de Nederlandse wetgeving niet kent, is de voorwaarde verbonden dat een deel van het budget in bijvoorbeeld België wordt besteed. Nederlandse filmproducenten schakelen daarom steeds vaker buitenlandse toeleveranciers in. Zo is de best bezochte Nederlandse speelfilm van vorig jaar, Gooische Vrouwen (1,9 miljoen bezoekers) na het schieten van de beelden volledig in België gereedgemaakt.

Sommige toeleveranciers, zoals Filmmore zelf, hebben een vestiging in België geopend. ‘Gooische vrouwen was onze eerste klus in Brussel’, zegt Willems. Maar dat neemt volgens hem niet weg dat er in Nederland een ‘kaalslag’ gaande is die moet worden gestopt ‘voordat de gehele ondersteunende sector voor de filmindustrie hier is afgebroken’. Willems: ‘De Nederlandse film is populair, het marktaandeel van de Nederlandse film groeit. Hier zal snel een einde aan komen wanneer een goede creatieve en financiële voedingsbodem ontbreekt.’

Gelijk speelveld met het buitenland
De noodkreet van de toeleveranciers volgt op waarschuwingen van het Nederlandse Filmfonds, het overheidsorgaan dat de filmindustrie met ongeveer €35 mln per jaar subsidieert en de belangrijkste financier van Nederlandse speelfilms is. In het in februari ¬gepubliceerde beleidsplan pleit directeur Doreen Boone¬kamp voor ‘regelgeving om risico¬kapitaal voor filmproductie aan te trekken en besteding ervan in de Nederlandse economie te bevorderen’. Ze denkt daarbij onder meer aan een fiscaal systeem van tax shelters zoals in België.

Boonekamp zegt dat ‘invoering van gerichte economische maatregelen vóór 2013 een voorwaarde is om een gelijk speelveld met het buitenland te realiseren’. Ze waarschuwt dat ‘een daling van de filmproductie met 30% tot 50% dreigt’, ook omdat het Filmfonds zelf al 28% minder subsidiegeld heeft te verdelen door de bezuinigingen die door het kabinet-Rutte zijn opgelegd.

Groter economisch belang
Nederlandse filmproducenten die zich via Belgische tax shelters financieren en een deel van hun budget dus in België besteden, ondersteunen het pleidooi. Zoals San Fu Maltha, producent van Het bombardement (een film van ¬regisseur Ate de Jong die in december wordt uitgebracht) en De stille kracht (een film van regisseur Paul Verhoeven die volgend jaar te zien zal zijn).
Volgens Maltha, die deze films deels via een Belgische tax shelter financiert, is ‘de filmindustrie in de ons omringende landen gegroeid doordat deze landen een dergelijke fiscale constructie allemaal mogelijk hebben gemaakt’. Maltha: ‘Als een dergelijke constructie hier wordt ingevoerd, zullen Nederlandse filmproducenten hun geld meer dan nu aan in Nederland gevestigde bedrijven kunnen besteden.’

Daarmee is volgens Maltha ook een groter economisch ¬belang ¬gemoeid: ‘Het verdwijnen van postproductie- en facilitaire ¬bedrijven raakt de gehele audiovisuele industrie. Hun technische kennis is niet alleen van belang voor de productie van films, maar ook voor die van tv-programma’s en ¬computerspelletjes’.

Belgische filmindustrie
Bedrijven die investeren in een Belgische ‘tax shelter’ voor de financiering van films mogen de winst van de belasting aftrekken. De speciale vehikels hebben sinds de invoering in 2003 daarom veel films gefinancierd. Volgens tax shelter Umedia zijn er 250% meer Belgische films gemaakt en is de werkgelegenheid in de Belgische filmindustrie met 23% gestegen. Filmmakers moeten een bedrag ter hoogte van 150% van de financiering in België uitgeven . Al met al krijgt België €1,21 terug voor elke euro die het belastingvoordeel kost, claimt Umedia.